Kindsdeel en wettelijke verdeling

De erfrechtelijke wachtkamer

Home » Erfrecht » Kindsdeel en wettelijke verdeling

Geschatte leestijd: 9 minuten

Vaak wordt gedacht dat het kindsdeel hetzelfde betekent als de legitieme portie. Dat is een misverstand. Het kindsdeel is een ander woord voor wettelijk erfdeel, dus dat deel waar een kind recht op heeft als het niet is onterfd. Hoe groot is een kindsdeel en heeft een kind meteen recht op uitbetaling daarvan? Dat hangt af van de situatie. Als de wettelijke verdeling van toepassing is, erft de langstlevende echtgenoot alles. De kinderen krijgen in dat geval (slechts) een niet-opeisbare vordering op de langstlevende. De erfenis hoeft door de verkrijging van de langstlevende niet te worden verdeeld. De wettelijke verdeling…

Lees meer

Wat is een kindsdeel?

Na het overlijden van een ouder komt er veel op u af.  U moet vaak van alles regelen in een korte tijd. Na deze hectische periode komt ook de vraag aan de orde waar u als kind recht op heeft.

De term kindsdeel komt niet voor in de wet, maar wordt in de volksmond vaak gebruikt als wordt gesproken over de legitieme portie: het deel waar een kind ten minste recht op heeft, ook als het is onterfd.

Strikt genomen is dat niet juist. In juridische zin wordt met het kindsdeel iets anders bedoeld. Een ander woord voor kindsdeel is ook wel “het wettelijk erfdeel”, dus dat deel waar een kind als erfgenaam recht op heeft volgens de wet.

Een kind dat is onterfd, is geen erfgenaam en heeft dus ook geen wettelijk erfdeel of kindsdeel. Wel heeft dat kind (altijd) recht op de legitieme portie. Doet een kind daar een beroep op, dan krijgt hij wel iets uit de erfenis. Alleen niet als erfgenaam, maar als schuldeiser.

De wettelijke termen die worden gebruikt, zijn soms verwarrend. Ook voor juristen.

Het is echter wel van belang om onderscheid te maken tussen het kindsdeel en de legitieme portie. Al is het maar omdat er qua omvang een groot verschil bestaat. De legitieme portie is namelijk (in beginsel) de helft van het kindsdeel (en dus meestal kleiner).

Hoe groot is mijn kindsdeel?

Als er een testament is gemaakt, dan kan zijn afgeweken van de wettelijke bepalingen. Is daarvan niet afgeweken, of is er geen testament, dan bepaalt de wet de omvang van het kindsdeel.

Simpel gezegd hangt het breukdeel van het kindsdeel af van het aantal kinderen die er zijn en de vraag of er nog een langstlevende echtgenoot wordt achtergelaten. De nalatenschap wordt gelijk onder die personen verdeeld. Was er een echtgenoot en vier kinderen, dan erft elk 1/5 deel van de nalatenschap.

Is er geen langstlevende meer, en worden enkel de vier kinderen achter gelaten, dan erft elk kind ¼ deel van de nalatenschap.

De wettelijke verdeling

In het geval er een echtgenoot en ten minste één kind wordt achtergelaten, is de wettelijke verdeling van toepassing. Van die wettelijke verdeling kan bij testament worden afgeweken.

Is de wettelijke verdeling van toepassing, dan erft de langstlevende de gehele nalatenschap en krijgen de kinderen (slechts) een vordering in geld op die langstlevende. Die vordering is in beginsel niet opeisbaar. Een kind komt dus in de “erfrechtelijke wachtkamer” terecht en kan die vordering niet direct innen.

Volgens de wet kan het kindsdeel (pas) worden opgeëist als:

  • de langstlevende (stief)ouder overlijdt;
  • de langstlevende (stief)ouder in staat van faillissement komt te verkeren;
  • de langstlevende (stief)ouder in de schuldsanering terecht komt.

In een testament kunnen deze opeisbaarheidsgronden worden uitgebreid. Zo komt het vaak voor dat daarin wordt bepaald dat de vordering ook opeisbaar wordt als:

  • de langstlevende in een verzorgingstehuis wordt opgenomen;
  • de langstlevende opnieuw in het huwelijk treedt zonder het maken van huwelijkse voorwaarden;
  • de langstlevende onder curatele of bewind wordt gesteld;
  • de langstlevende een bepaalde leeftijd bereikt, of;
  • een bepaalde termijn is verstreken.

Deze opsomming is niet uitputtend. Is sprake van een testament, dan zal altijd goed moeten worden gekeken welke opeisbaarheidsgronden zijn opgenomen. Dat is soms ook van belang in verband met verjaring. Is sprake (geweest) van een opeisbaarheidsgrond, maar is de vordering niet opgeëist? Dan kan het voorkomen dat de vordering op enig moment verjaart.

In sommige gevallen kunt u als kind wat meer zekerheid krijgen door in verband met de niet opeisbare vordering een beroep doen op de zogenoemde wilsrechten.

Vaststelling van de omvang van de vordering.

Het is – zowel voor de langstlevende als de kinderen – verstandig om de omvang van de vorderingen van de kinderen vast te (laten) stellen. Dat geeft niet alleen rust, maar voorkomt ook discussies (en bewijsproblemen) in de toekomst. 

Als de langstlevende nog twintig jaar leeft en er wordt pas na het overlijden van de langstlevende nagedacht over de omvang van de vorderingen, dan kan het lastig zijn om dat alsnog te reconstrueren. De aangifte erfbelasting (die ziet op de nalatenschap van eerste ouder) kan een indicatie geven, maar hoeft niet omvattend of volledig te zijn.

Om die reden adviseren wij altijd met elkaar om de tafel te gaan.

Komt u er samen niet uit, dan kan de rechter (op verzoek van de langstlevende of op verzoek van de kinderen) de vordering vast stellen.

Loopt er rente over mijn kindsdeel?

Omdat de vordering niet opeisbaar is, zou het logisch zijn als die vordering wordt opgerend.

De wetgever is daarmee wat zuinig. In de wet is namelijk bepaald dat er geen rente hoeft te worden vergoed, tenzij de wettelijke rente op enig moment hoger is dan 6%. Is de rente hoger, dan betreft de rentevergoeding over deze vordering(en) uitsluitend dat hogere deel. 

Is de wettelijke rente op enig moment 8%, dan loopt er dus 2% rente over de vordering. Is de wettelijke rente 10%, dan loopt er 4% over de vordering. Anders gezegd: over de vordering loopt de wettelijke rente minus 6%. Gelet op de huidige rentestanden, is er tegenwoordig dus bijna nooit sprake van rente over de vordering.

Bij testament kan van deze rentebepaling worden afgeweken. Vanuit het oogpunt van estate planning kan het handig en verstandig zijn in het testament een hogere rente op te nemen of aan de erfgenamen de gelegenheid te bieden een hogere rente af te spreken.

Let wel op: wilt u een renteafspraak maken, dan is dat vaak aan een termijn gebonden.

Het is in het algemeen verstandig om voorafgaande aan zo een renteafspraak advies in te winnen over de fiscale gevolgen daarvan!

Mag de langstlevende het kindsdeel eerder betalen?

Ja, dat mag.

In sommige gevallen kan dat wel (fiscale) consequenties hebben. Het is dus belangrijk dat u zich ook op dat punt laat adviseren.

Moet er erfbelasting worden betaald over het kindsdeel?

Ja, over het kindsdeel is erfbelasting verschuldigd als het hoger is dan de fiscale vrijstelling. Omdat het kindsdeel een niet opeisbare vordering is op de langstlevende, bepaalt de wet echter dat de langstlevende de erfbelasting moet voorschieten. Het is dus niet het kind dat betaalt, maar de langstlevende. 

Uiteraard is het wel zo dat de “voorgeschoten” erfbelasting in mindering strekt op de vordering van het kind.

Wettelijk erfdeel/ kindsdeel onder het oude recht

Om het nog iets vollediger (en daarmee ingewikkelder) te maken, kort aandacht voor het oude recht. Onder het oude erfrecht, het erfrecht dat vóór 2003 gold, werd met het wettelijke erfdeel juist wel de legitieme portie bedoeld.

Het komt nog geregeld voor dat iemand die is overleden een testament heeft van voor 2003. Volgens de wet is zo een oud testament onder het nieuwe recht nog steeds geldig. Wel is van belang om goed te kijken wat er in het testament is bedoeld.

Voorbeeld

Als een overledene twee kinderen achter laat en sprake is van een oud testament waarin staat dat aan hen toekomt het wettelijk erfdeel, dan werd daarmee de legitieme portie bedoeld. Naar nieuw erfrecht zou elk kind dan ¼ van de nalatenschap krijgen (het breukdeel van de legitieme portie was onder oud recht anders, maar om het voorbeeld te laten spreken wordt dat voor nu gelaten voor wat dat is.Elk kind zou dan ¼ van de nalatenschap krijgen.


Als hetzelfde staat in een testament van na 2003, dan zouden beide kinderen opkomen als erfgenaam en volgens de wet ieder de helft van de nalatenschap (dus ½ deel) krijgen.

Het is dus goed de verschillende termen te onderscheiden en waakzaam te zijn. Een verkeerde uitleg kan tot een substantieel verschil in verkrijging leiden!

Heeft u vragen over het kindsdeel, de wettelijke verdeling of de omvang van de vordering? Of heeft u hulp nodig?

Veel gestelde vragen over Kindsdeel en wettelijke verdeling

Wat is een kindsdeel?

Een ander woord voor kindsdeel is “wettelijk erfdeel”; dat deel  waar een kind als erfgenaam recht op heeft volgens de wet.

In de volksmond wordt de term kindsdeel ook wel eens gebruikt om de legitieme portie aan te duiden, maar strikt genomen is dat onjuist.

De legitieme portie is het wettelijke minimum; dat deel waar een kind recht op heeft, ook als is het onterfd. De legitieme portie is vaak de helft van het kindsdeel (tenzij er in het verleden schenkingen hebben plaatsgevonden).

Kan ik mijn kindsdeel meteen opeisen?

Dat hangt in de eerste plaats af van de vraag of er een testament is en wat er in het testament is bepaald. Is er geen testament en blijft u achter samen met uw langstlevende ouder, dan is de wettelijke verdeling van toepassing en is uw kindsdeel niet meteen opeisbaar.

In dat geval krijgt u een vordering op uw langstlevende ouder. Die vordering is meestal pas opeisbaar op het moment dat de langstlevende ouder komt te overlijden, in faillissement komt te verkeren of in de schuldsanering terecht komt.

Krijg ik rente over mijn kindsdeel?

Als de vordering vanwege de wettelijke verdeling niet opeisbaar is, zou het logisch zijn als er rente over die vordering zou lopen.

De wetgever is zuinig. In de wet staat vermeld dat er geen rente hoeft te worden betaald, tenzij de wettelijke rente hoger is dan 6%. Anders gezegd: over de vordering loopt de wettelijke rente minus 6%. Zou de wettelijke rente op enig moment 8% zijn, dan dient (dus) 2% over de vordering te worden betaald. 

Bij testament kan hiervan worden afgeweken.

Moet er erfbelasting worden betaald over het kindsdeel?

Ja, althans als de verkrijging hogere is dan het fiscaal vrijgestelde bedrag. Is dat het geval, dan is over het meerdere erfbelasting verschuldigd.

Wie betaalt erfbelasting over het kindsdeel?

Is het kindsdeel nog niet opeisbaar, dan is het de langstlevende ouder die de erfbelasting voor zal moeten schieten. 

Hoeft u niet te wachten en krijgt u wel direct een bedrag? Dan zult u – als dat bedrag hoger is dan de vrijstelling – daarover in beginsel wel zelf direct de erfbelasting moeten afrekenen.

Geïnteresseerd in een gesprek met een erfrecht specialist?

Omdat wij een goede klik heel belangrijke vinden en omdat wij vinden dat de drempel naar goed advies zo laag mogelijk moet zijn, bieden wij u de mogelijkheid van een geheel vrijblijvend eerste telefonisch kennismakingsgesprek.

Vrijblijvend telefonisch gesprek

Bel: +31 72 851 53 74

Schakel JavaScript in je browser in om dit formulier in te vullen.
Scroll naar boven